CJIB laat ten onrechte mensen gijzelen!

CJIB laat ten onrechte mensen gijzelen!

Gevolg: baan en huis kwijt en financieel aan de grond.

Eind februari nam de vriendin van een cliënt contact op met ons kantoor. Haar vriend was in gijzeling genomen door het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau) wegens het niet betalen van verkeersboetes. Het ontnemen van iemands vrijheid door de Staat om hem tot betaling te dwingen is al een vreemde gang van zaken, maar deze kwestie werd met de dag onrechtvaardiger.

Cliënt had tijdens een bedrijfsongeval namelijk zijn beide enkels verbrijzeld en lag daardoor een half jaar lang aaneengesloten in ziekenhuizen dan wel revalidatiecentra. In de tussentijd werd zijn identiteit gestolen en werden tientallen voertuigen op zijn naam gezet, waarmee uiteindelijk meer dan 70 verkeersboetes werden gereden.

Het ongeval had tevens als gevolg dat cliënt ruim een half jaar geen inkomsten had, waardoor hij als ZZP’er in de financiële problemen is geraakt. Toen hij eindelijk een baan had gevonden en zo uit die problemen had kunnen komen, werd hij door het CJIB gegijzeld. Door de gijzeling werd cliënt gelijk ontslagen, zodat er totaal geen reële verwachting meer bestond dat niet alle de boetes niet meer konden worden voldaan, maar tevens zijn eigen schulden alleen maar verder opliepen.

Gijzeling:

De gijzeling (het opsluiten in een huis van bewaring) is bedoeld om iemand te dwingen om de boete te betalen. Gijzeling komt dus enkel ter sprake als iemand een boete niet betaalt. Door iemand op te sluiten hoopt justitie dat hij alsnog gaat betalen. Echter vervallen de opgelegde sancties niet! Pas als volledige betaling door het CJIB is ontvangen, gaat de gijzeling niet door of wordt deze beëindigd

De kantonrechter beslist of mag worden gegijzeld. Hierbij kijkt de rechter of sprake is van betalingsonmacht of onwil, procedurele fouten van de officier van justitie en/of de duur van de gijzeling niet te lang zou zijn. De rechter beoordeelt niet of de boetes rechtmatig zijn, dat behoort het CJIB te doen.

Zelfs het landelijk overleg van kantonrechters gaat er van uit dat van een gijzeling van in totaal vijftien dagen zoveel pressie uitgaat dat betaling zal worden verkregen, zodat bij een vordering tot machtiging tot het toepassen van gijzeling van langere duur, zal moeten blijken van bijzondere omstandigheden die een langere totaalduur rechtvaardigen.

Cliënt kon simpelweg niet betalen en toch heeft een kantonrechter de machtiging gegeven om cliënt geen 15 dagen maar meer dan 100 dagen in gijzeling te nemen zonder enige blijk van bijzondere omstandigheden! Het CJIB had geen enkel onderzoek gedaan naar de omstandigheden van cliënt.

Daarop is besloten om de Staat der Nederlanden in kort geding te dagvaarden met het verzoek de gijzeling te schorsen dan wel op te heffen. Uiteindelijk is in overleg met de (lands)advocaat van het CJIB een symbolische betalingsregeling tot stand gekomen. En wel ten bedrage van 15 euro per maand! De gijzeling werd uiteindelijk na 10 (!!!) weken opgeheven. Cliënt kon toen echter niet meer naar huis, want inmiddels was de huur opgezegd en de woning ontruimd. 

Daarmee is echter nog geen einde gekomen aan deze onrechtvaardige situatie. Gijzeling is zoals aangegeven slechts een dwangmiddel om tot betaling over te gaan. Alle boetes bestaan op dit moment nog, cliënt moet hiertegen in beroep gaan voordat deze verdwijnen en hoger beroep staat alleen open als eerst zekerheid wordt gesteld. Oftewel; of cliënt eerst even alle boetes kan betalen…

U bent geïnformeerd en gewaarschuwd!

Frank Aartsen

Jurist/Defensieadvocaat.

MIVD ‘trekt’ hoger beroep in VGB zaak toch niet in (deel II).

MIVD ‘trekt’ hoger beroep in VGB zaak toch niet in (deel II).

Eerder berichtte ik u dat de rechtbank Zwolle het beroep van een aspirant militair tegen het niet toewijzen van de VGB door de MIVD, gegrond verklaarde.

De MIVD ging tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht ook gelijk om een voorlopige voorziening te treffen. Ik nam aan dat de MIVD had besloten om de gronden van het hoger beroep niet aan te vullen, omdat de  Raad van State de zaak buiten zitting had afgedaan.

Later bleek dat de MIVD tegen de beslissing van de Raad van State toch verweer voerde en het er kennelijk niet mee eens was. Daarop heb ik een verzoek aan de Raad van State gedaan om de zaak zo spoedig mogelijk af te doen en afgelopen maandag werd er door de Raad van State aangegeven dat ook het verweer van de MIVD was verworpen.

Aangezien er nu geen rechtsmiddelen meer open staan tegen deze beslissing, hoop ik dat de MIVD de aspirant militair snel zijn verklaring geeft, zodat hij eindelijk door defensie kan worden opgeleid.

Soms duurt het in het bestuursrecht wel erg lang…

U bent geïnformeerd!

De Defensieadvocaat